Archive Page 2
Herdefinitie
zomer, zn, m., zomers:
menselijke gemoedstoestand die gekenmerkt wordt door het afnemen der zorgen, de drang naar aardbeien en een sterk verhoogd luiergehalte.
uit: Groot woordenboek der Florialese taal, ed. 2008, uitg. Fleempaard
Eigen nat
Dat “eigen nat” waarin ze tonijn inblikken, wat voor sap is dat precies?
Is dat tonijnenspeeksel, -bloed, -tranen, -zweet, iets dat ze uit die arme vissen gewrongen hebben? Nog iets anders?
Wat maakt dat je jezelf op een dag niet meer als een jongen ziet, maar als een man?
Op basis waarvan word je een vrouw, en stop je een meisje te zijn?
Is er een sleutelleeftijd? Een staat van zijn? Het aantal zorgen dat je hebt? De hoeveelheid grijze haren en zichtbare rimpels? De winkels waar je je kleren koopt? Het feit dat je ineens liever wijn drinkt dan bier? Je uur van opstaan en slapen gaan? Kinderen krijgen, dat speelt vast wel mee, maar wat als je daar niet aan meedoet? Een huis moeten afbetalen aan de bank? Een job? Ik hoop dat het niets pijnlijks is, zoals het afnemen van de slappe lach of van het vermogen te slapen tot de noen.
Denkt iedereen daarover na, of maak ik het mezelf weer gewoon moeilijk?
Nu ja, ouder worden vind ik niet erg. Zolang ik maar geen mevrouw moet zijn.
gewoon Flora
Dame blanche met anijsextracten
Bij Hunkemöller krijg je nu bij een bikini een staal van de nieuwe Nivea afslankgel. Met witte thee en anijsextracten. Stel je voor dat die werkt… dan zakt je bikinislip wel mooi af in de zee.
In één van Leuvens best draaiende eetzaken kan je niet door de menukaart bladeren zonder met je neus op een paginagrote advertentie voor Bodystyling gedrukt te worden. In geval je zwicht voor de dame blanche?
Blijkbaar is het wereldnieuws dat Robbie Williams een aantal kilo’s is aangekomen.
Pff.
ps: geen links naar de hoger genoemde instanties. Kleine boycot van mijnentwege. Nè!
Pak van m’n hart
Vanaf dit eigenste moment, dames en heren, is ondergetekende een volledig legale blogger. Dat is een pak van m’n hart. Geen angst meer om gedagvaard te worden wegens het onrechtmatige gebruik en verspreiden van een afbeelding waarvoor de distributie- en andere rechten niet officieel werden verleend. Of iets in die trant.
Oftewel: ik heb een nieuwe avatar, een volledig artisanaal, home-made exemplaar volgens aloud recept:
- 8 zakjes bloemenzaad, gekregen van buurman
- zaaien in eigen tuin
- 2 jaar geduldig (en soms iets minder geduldig) wachten
- juichen wanneer de hele bos in bloei raakt
- 30 foto’s nemen van 1 enkel vergeet-me-nietje
- grommen omdat die alle 30 op niks trekken
- lief lachen naar Lilimoen
- die een ideale foto voor me maakte (Dankuuuu, lieve Lilimoen!!)
- een fuchsia sausje erover gieten in Photoshop
- et voilà:
Een pak van m’n hart.
p.s.: mooie uitdrukking vind ik dat, “pak van m’n hart”. Klinkt als “pak m’n hart eens vast”…
Stel…
Stel dat ik, zo lang ik heb, gewoon mij wil zijn
en doen wat mij het juiste lijkt?
Stel dat ik vertrouw op geboren worden, leven,
doodgaan en dat is dat?
En stel dat ik geen enkele reden zie om te geloven in meer
geen god, geen kracht, geen eeuwigheid?
Zou ik dan naar de hel moeten
om mijn gebrek aan geloof,
Stel, moest er toch wat zijn?
Verdwaald
Telkens Before you leave van Racoon passeert op mijn iPod, denk ik: “man, dit lied heeft zo’n treffende eerste regel…”
Before you leave me now
Tell me where the hell I am
*zucht*
Zondag
Lilimoens familie bij ons op bezoek voor een zondagse brunch:
“Wat vliegt daar allemaal?! Zijn dat muggen?”
(de miljoenen pluisjes van de boom van onze buurman)
Limburgse spraakverwarring:
“Goh, het loeit hier nogal!” (in het algemeen Nederlands: “Wat luiden hier veel kerkklokken!”)
“Geloei? Hier zitten toch geen koeien?”
“Dat is vast de sirene van de gevangenis. Misschien is er weer ene ontsnapt.”
“Zeg, als jullie daar in Latijns-Amerika zijn, kunnen jullie mij daar eens geen zakske zand van meebrengen? Van elk land een beetje. Zo juist genoeg om een schilderijtje mee te maken.”
“Die Monsieur Bertrand van jullie is toch meer tijger dan een gewone gestreepte kat, hoor.”
Ik ben belaserd
Ik ben nooit het type geweest dat goed staat met een bril. En op den duur kregen mijn oogadertjes niet meer genoeg zuurstof doorheen mijn lenzen, dus heb ik me laten belaseren.
Dokter Joachim, de knapste oogarts van België, heeft de job geklaard. In eerste instantie zou een andere dokter het doen, maar die ging me te lijf als een slachter, dus ben ik (huilend en vloekend) opgestaan uit zijn operatiestoel om de man nooit meer te bekijken.
Dokter Joachim verzekerde me dat ik niets zou voelen. Dat klopt achteraf gezien niet helemaal. Het halve pilletje dat mijn afschuwelijke angst (veroorzaakt door de slachter) moest bedaren, maakte dat ik heerlijk high was. Ineens was alles grappig, en fijn. Ik was een beetje slaperig, maar vooral zen.
Naar het schijnt (Lilimoens mama was de engel die met me mee ging), was ik de enige patiënt die uit de operatiezaal kwam met mijn schort, steriele muts en die blauwe schoenzakken nog aan. Naar het schijnt was ik ook de enige die de wachtkamer terug binnen slofte met een grijns tot achter mijn oren. Blijkbaar geeft dokter Joachim niet aan iedereen zo’n half pilletje.
Meteen na de ingreep kreeg je de operatie mee op video, alsof je achteraf met een zak chips en een cola nog eens rustig gaat bekijken hoe je oogflappen zijn opengesneden, je bol wordt belaserd, en de flapjes netjes weer worden dichtgemaakt. Als ik dat kon, had ik dat halve anti-angstpilletje ook niet nodig gehad.
Ik vraag me af of er geluid op die band staat. Dat zou ik wel nog eens willen horen. Dokter Joachim moest namelijk aan één stuk door herhalen: “Wakker blijven, mevrouw Fleempaard, hou uw ogen open. Blijft u vooral naar het puntje kijken. En iets minder hard lachen, alstublieft.”
Te laat
Het kwaad is al geschied. Je hebt, terwijl je je boordevolle winkelkar leegt op de band aan de kassa, in jezelf gedacht: “Waarom gaat het nu niet vooruit bij die mevrouw voor mij? Werkt haar bankkaart niet? Is ze in stukken van 5 cent aan het betalen, of wat?” Je bent niet gehaast. Het beweegt gewoon niet meer. Pas als je de tomaten als allerlaatste op de band legt, en opkijkt, schaam je je. Te laat.
Er wordt een Aldimeneer bij geroepen voor “een ristorno van twee stuks”. Je kan niks aflezen op het gezicht van de kassierster. Maakt ze dit vaak mee? Zevenentwintig euro vijfentwintig moet ze betalen, de mevrouw voor me. Ze is best mooi, verzorgd, licht opgemaakt. Veertig, schat ik haar. Zachtbruine ogen. Zevenentwintig vijfentwintig. Zoveel heeft ze niet.
En je weet dat je naar haar staart, maar je kan je ogen niet afwenden, terwijl ze kiest, de mooie mevrouw, wat uit haar karretje ze niet echt nodig heeft. Ze kiest een pakje batterijen en zes appels, geeft het aan de ristornomeneer. Je kijkt hoe de kassierster de rekening opnieuw maakt en hoe het bedrag vermindert. Je ziet het briefje van twintig dat de mevrouw afgeeft. Vijfenveertig cent krijgt ze terug. Meer is er niet.
En terwijl je je wc-papier in je kar legt, perziken in blik, kip, olijven, vers fruit,… en afrekent, schaam je je, wou je dat je haar die appels betaald had, dat je haar je kip gegeven had, je bananen, de olijven, de feta, alles. Te laat, natuurlijk. Rijkelijk laat.

