Als ik klaar ben met mijn uitleg, zie ik het meteen. Vergelijkbaar met een mondeling examen, waarbij je zelfverzekerd al je kaarten op tafel legt en onmiddellijk merkt dat de prof meer verwacht. Nog iets cruciaals. Iets dat je niet hebt.
“En daarna?”, vraagt de dame in de witte jas.
“Daarna niks.”, zeg ik. “Dat is het.” Ik stel haar teleur, maar kan er niets aan doen. Meer is er niet.
Ze recht haar rug, de dame met de perfecte huid. “Neeneeneeneeneeneenee.” (Veel keer nee, in elk geval) ” Op dat punt is de vochtbalans van uw huid herstéld. Maar u beschérmt uw huid niet!”
Oei.
“En hoe lang doet u dat zo al?”
Ze kan even goed vragen: “En hoe lang rijdt u al zonder verzekering?”
Ik word een pietsie ongerust: “Maar wat moet ik dán doen?”
Ze glimlacht. Duikt in haar lade. Komt weer boven met een groen doosje. “Dit.” Grote glimlach. Er is hoop.
Filed under: De buitenkant |

het volk wil genaaid worden,
welnu,
wij hebben naald en draad…
Zolang de naald en draad gratis is, ben ik altijd in de mood voor een goeie naaibeurt